Het is tegenwoordig maar een trieste boel in Canada. We zitten midden in een recessie, en er is zoveel verdeeldheid in veel kerken, dat sommige mensen uit willen treden om nog betere kerken te vormen. Dat moet met de nodige ernst gebeuren. Maar is het u opgevallen dat we nu bijna niet meer kunnen lachen? We hebben het tegenwoordig zo druk met debatteren dat we niet meer luchtig kunnen praten. Wat wil je … op de koffie-visites na kerktijd wordt gesproken over de werkloosheid, over de verdeeldheid, over de ozonlaag, noem maar op. Dat zijn nu niet bepaald discussies waar een grappige opmerking gewaardeerd wordt.
Dan, als je wakker wordt met het idee er een vrolijke dag van te maken, kijk je ‘t raam uit en het regent pijpenstelen. Bij het morgennieuws verschijnt het ernstige gelaat van Mulroney op de televisie. Het zal ook niet meevallen met zo’n stevige kaak je gezicht uit de plooi te krijgen. En dan heb je nog sommige vrouwelijke newscasters die zo schetteren dat je esthetische gevoelswaarden een geduchte knauw krijgen …
Om bij mezelf te blijven, nee, veel lachen doe ik niet meer. In tegenstelling met onze premier zitten mijn kaken goed los, maar mijn nek zit zo vast als een huis! Dat krijg je als je altijd maar voor die ernstige computer zit. Elke draai naar rechts of links doet pijn … hoe zou ik kunnen lachen?
Maar er komt nog meer bij kijken. Ik veronderstel dat veel oudere mensen dit verhaal zullen lezen … Mensen wiens kinderen getrouwd zijn. En veel van deze volwassen kindertjes hebben het moeilijk. Ze zijn anders dan ze zouden willen zijn. Ze merken dat er in hun eigen ‘menszijn’ iets mist. Er schort iets aan hun persoonlijkheid. Ze zouden zo graag, nou ja, anders willen zijn. Dus stappen ze naar een therapeut of een psychiater. Het merkwaardige van onze tijd is dat de oorzaak van dit psychologisch gekneusd-zijn vaak op de ouders verhaald wordt. In andere woorden: als Pa en Moe niet zo autoritair waren geweest, als er meer communicatie in het gezin was geweest, dan zouden die moeilijkheden zich niet voor gedaan hebben. Die getrouwde kinderen klagen niet over de karakters die ze van u en uw voorgeslacht hebben meegekregen … ze klagen wel over de vorming van die karakters in hun kinderjaren. Wij, ouderen, hadden gedacht dat een goede relatie met het nageslacht altijd voort zou duren, maar in plaats daarvan worden we met verwijten overladen en het gevolg is dat er afstand wordt geschapen. Ook dit stemt de oudere mensen tot droefheid… Dan komt de vraag naar boven: hebben we dan toch echt zoveel verknoeid in het leven van onze kinderen? Die vraag knaagt aan de ziel van veel oudere mensen …
Maar ik dwaal af! Alweer wat jaartjes geleden zat ik in de studeerkamer van een olijke dominee. Ja, die waren er toen nog! Zijn vlezig gelaat glom van pret. De mijne ook, want we waren grapjes aan het uitwisselen.
Maar eindelijk trok de dominee zijn gezicht in een ernstiger plooi. “Ja man,” zei hij, “sommige dominees lassen verhaaltjes in hun preek om zo duidelijk mogelijk de kern van de preek over te dragen. Dominees hebben daar boeken voor … boeken vol toepasselijke verhaaltjes. Nou, ik gebruik liever passende grapjes uit “Readers Digest” … die zijn wat korter en pikanter. Maar ik doe het niet meer, hoor! Vroeger klonk er een schaterlach door de kerk als ik onverwachts met zo’n leuk grapje voor de dag kwam. Tegenwoordig zie je nog een paar mensen meesmuilen, de rest zit erbij of ze morgen een brief naar de classis gaan sturen omtrent dit schandaal. Je kunt je niets akeliger voorstellen dan een gemeente die probeert te lachen…
U moet me goed begrijpen. Ik heb het niet over de stille blijdschap die de ware gelovige als een gloed omringt. Ik heb het over uitbundige vrolijkheid, de gulle lach, de ‘hik-lach’ waar sommige charmante dames haast in blijven, de brede lach die een herenbuikje zo leuk doet schudden. De lach die gepaard gaat met ‘lol’, ofschoon dat korte en krachtige woord al een werelds tintje gekregen heeft. Goed dan, laten we het pret noemen! Waar is onze pret gebleven?
Ik heb veel classisvergaderingen meegemaakt. Daar zitten ze uren te debatteren. Daar heb je nu eenmaal een classis vergadering voor. Vroeger waren er altijd kwajongens van ouderlingen en dominees die, als de broeders maar door bleef zeuren, zich speels naar elkaar toebogen en achter een hand iets geks zeiden. Dan hoorde je ze ineens grinniken of zag je ze hun lach verbijten. De voorzitter greep dan naar zijn hamer om verdere hilariteit in de kiem te smoren. Tijdens de rookpauzes klonk nog eens weer de gulle lach|! Nu is met de rook de lach verdwenen. Nog vindt men een zekere speelsheid in de oudere garde, maar het jongere spul zit nu gewichtig-ernstig naar verslagen te luisteren, want niets is er zo boeiend als een goed verslag!
Misschien denken ze: mag men in deze ellendige wereld eigenlijk wel pret hebben? Iemand vertelde me met een stalen gezicht dat Jezus nooit lachte. Maar als de Vader kan lachen (volgens wijlen Okke Jager) zou de Zoon anders wezen? Kunt u zich voorstellen dat Jezus de kindertjes die tot hem kwamen met een ernstig gezicht toesprak? Zou hij het jongetje dat op Zijn schoot klom niet eens lekker gekieteld hebben? Kunt u zich voor de geest halen dat Jezus tijdens ernstige gesprekken met zijn discipelen er wel eens een grapje tussen door gooide? Dat hij over de schouders van zijn discipelen naar buitelende en zingende kinderen keek? Als er op de nieuwe hemel en de nieuwe aarde geen traan meer gelaten zal worden, wat komt daarvoor dan in de plaats? Kunnen we daar nu mee beginnen?
Een ouderling moest eens een nogal zure, norse broeder bezoeken die bezwaren had tegen het gezamenlijk opzeggen van de geloofsbelijdenis. De ouderling zag erg tegen dat bezoek op, maar vooruit, hij trok de stoute schoenen aan …
Hij kwam op een ongelegen tijd, want de zuurpiet zat net naar een grappig televisieprogramma te kijken. “Je mag wel binnenkomen, maar geef me even de tijd.” Tot zijn grote verbazing merkte de ouderling dat er een heel andere kant aan die broeder zat. Hij sloeg zich op de knieën van pret. Zijn lach galmde door het huis. “Mis ik nooit, deze sit-com,” zei de gastheer, “kan ik je wat aanbieden?” En zo, onder het genot van een biertje, kwam het tot een fijn gesprek. De ‘lach’ had ze saam gebonden.
We moeten weer leren lachen. Het is een belangrijk onderdeel in het leven met de Heer. Een lach werkt bevrijdend en geeft armruimte. Daarom … weg met die ernstige gemeentewerf-gaderingen. Blijf het Bijbelonderzoek maar volhouden op uw verenigingen, maar doe wat leuks na de pauze. Organiseer gemeenteavonden waar behalve gezangen ook vrolijke liederen worden gezongen. Nodig desnoods een komiek uit, want ook zo iemand kan de Heer dienen. Doe een onverwachte spraakwaterval of een geïmproviseerd toneelstukje … mensen, wat een pret! Dan ga je plotseling je medezusters en broeders anders zien. Je leert ze beter kennen. En ik denk haast dat u na zo’n avond gaat zeggen: dat moeten we vaker doen! Waar maken we ons toch zo druk om?
Leave a Reply