Mijn vrouw en ik zijn goed op elkaar ingespeeld. We lopen beiden tegen de zestig en wonen in een voortvarende stad in Canada … het heeft tenminste een Hollandse winkel. Ik ben als Jan Jansen geboren en mijn eega heet hier Tiny, maar werd geboren als Jantina Klazina. Ik hoor ze bij Zellers al zeggen: Djantaaine Clazaaina – ze werkt daar als kassière. Drie dagen per week. Daar zit aan vast dat ik enige huishoudelijke dingetjes van haar moest overnemen, zoals stofzuigen en winkelen. Goed hoor, ik ben met vervroegd pensioen … graag gedaan!
Aan stofzuigen heb ik een broertje dood! Ik doe het nooit goed genoeg. Zuigen waar geen stof ligt, zoals onder stoelen en vloerkleedjes? Ik ben wel gek! Ik ga me geen dubbele breuk sjouwen aan het zwaar-eiken Hollandse bankstel waar Tiny een half jaar krom voor lag. Er zijn perken! Maar als ik me aan die zelfaangelegde perkjes houd, krijgen we mot! Tiny brult dan ‘s avonds nog een keer met de stofzuiger door het huis …
Dat werd me toch wel wat te bar. Maar hoe overtuig ik deze flinke vrouw dat al dit extra gezuig niet nodig is? Toen ik op een goeie dag op mijn eigen manier weer zeer nauwkeurig had gezogen, deed ik gauw een nieuw zakje in de buik van de stofzuiger. Tiny komt thuis. Overal zag ze lintjes op het karpet. Toen ik schuine streepjes op de televisie kreeg, wist ik dat er ergens een stofzuiger door een slaapkamer gierde.
Ik liet haar rustig begaan. Toen ze klaar was, zei ze: “Zo, nu is het tenminste weer goed schoon.” Haast meewarig haalde ik het nieuwe zakje uit de zuiger. Het zou natuurlijk zo leeg zijn als het Welland Kanaal in de winter. Maar ik vergiste me deerlijk. Er zat inderdaad heel wat stof in de put. Ik stond paf! Sindsdien bouw ik maar weer van alle stoelen en losse vloerkleedjes een hoge Pyramide in het midden van de kamer. Wat een gesjouw! Maar als je iets doet, moet je het goed doen. Het is ook wel leuk dat Tiny, als ze thuiskomt van Zellers, me over mijn gladde schedel strijkt en zegt: “Je leert het wel, jongetje! ‘t Is nog niet helemaal schoon, maar het begint erop te lijken!” Ach, meestal zijn we goed op elkaar ingespeeld!
Ook het winkelen hebben we eerlijk verdeeld. Tiny haalt Loblaws leeg en ik de Hollandse winkel. Niet andersom. Mannen vergeten dingen. Het veel kortere lijstje voor de Hollandse winkel is beter geschikt voor mij. Elke Vrijdagmorgen mag ik winkelen. Krijg ik het lijstje van haar. Het lijstje dat mijn broekzak nimmer verlaat … ik kan het wel dromen zo langzamerhand. Twee rolletjes King, boterhamvlees, amandelkoek, Betuwe jam en Gouda kaas. Allemaal heerlijkheden die je met een brok in de keel naar Holland terugdoen verlangen. O ja, ook nog een klein krentenbrood waar precies veertien sneetjes inzitten, net genoeg voor een hele week…
Eenieder die mij heeft zien winkelen weet dat ik uiterst vlug ben in mijn doen en laten. Hier een greep, daar een greep! De dames in de winkel glimlachen verrukt als ik door de winkel zeil. Zo zou ik weer het kleine krentenbroodje grijpen, toen mijn scherpziend oog op een grotere viel. Ik woog het in mijn hand, en bekeek het van alle kanten…het barstte bijna van de krenten! Maar achter de toonbank bij Zellers stond een dame, die in mijn oor fluisterde: terug leggen, Jan, een kleintje, dat weet je toch? Maar een stemmetje in mijn ander oor lispelde: ben jij nou het hoofd van het gezin of niet! Je weet toch dat de Synode in Grand Rapids dat heeft besloten en paar jaar geleden? Ik legde het grote brood in mijn karretje …
In de auto ontdekte ik spijtig dat ik door al dat gewikt en gewieg mijn zoute harinkjes vergeten had. Die staan niet op de lijst, want Tiny wil die stinkdingen niet in de koelkast. Geeft niets! Voor ik thuis ben, heb ik ze al lekker naar binnen laten glijden. Hebben andere mannen ook zulke onnozele geheimpjes?
Thuis verborg ik het grote krentenbrood achter de melk en yoghurt in de koelkast. Maar wat houdt men voor een vrouw geheim?
“Morgen, direct terugbrengen,” zei ze bars, “dat eten we deze week nooit op en volgende week gaat het schimmelen.” Ik zei: had je gedacht!
Zal ik ooit leren mijn vrouw niet aan het denken te zetten? Weer gaf ik haar de gelegenheid al mijn ondeugden, onhebbelijkheden en moeilijke karaktertrekken die ik in het verre verleden tentoongesteld had, in een vloed van woorden nadrukkelijk te belichten. Maar het was en bleef: “Morgen breng je het terug! Afgelopen!”
De volgende morgen kocht ik er een klein krentenbroodje bij, nadat ik het grote brood in de gereedschapskist in de garage verborgen had. Daar komt Tiny niet! Elke morgen om tien uur drie sneetjes bij de koffie! En vertel me nooit meer dat krentenbrood licht verteerbaar is! Ik kon geen krent meer zien! Als extra toegift kreeg ik eerst ‘s morgens ook nog een snee van het kleine brood bij het ontbijt. En ‘s avonds voor het naar bed gaan.
Tiny kijkt me dan verheerlijkt aan. Wat kan die jongen toch lekker smullen! Net voor ik zou overgeven, kwam ze achter me staan om mijn nek te wrijven…het toppunt van liefelijkheid. Dromerig zei ze over mijn opschrokkende slokdarm: What are we sometimes crazy, hey Jan, om ons zo druk te maken over een krentenbrood. Moeilijk sprak ik: you can say that again! “Ach, we hadden toch best twee weken met dat grote brood kunnen doen,” zei ze lief. Ik vloog naar de WC … Ik mag een krent worden, als ik ook maar een ietsje begrijp wat er in vrouwenhoofden omgaat!
Leave a Reply