Verhalen

Herman de Jong

Bertus

Bertus, onze jongste zoon, was en is ons zorgenkind. Hij was echter nooit ziekelijk, ook lang niet dom. Alleen maar vreselijk ondeugend. Dit kind was anders dan onze Wim. Je zou Bertus een buitenbeentje kunnen noemen. Ondanks zijn 42 jaren is hij altijd ons lief buitenbeentje gebleven. Net als onze Wim emigreerde hij naar Canada, dus vlogen we daar om het andere jaar heen om hen te bezoeken … leuke uitstapjes maar een beetje duur als je al jaren op pensioen bent.

Ach ja, die Bertus. Mijn vrouw was zo trots op het Hinder-loper servies dat ze van haar moeder erfde. Het is er niet meer. Toen Bertus drie was maaide hij het hele mikkie van de tafel met een vriendelijke glimlach. “Kapot, he Mammy,” constateerde hij.

Bertus zat in de eerste klas. Buiten de gewone ouderavonden om worden we bij de juf op het matje geroepen. Mijn vrouw doodzenuwachtig. Bertus was de meisjes-WC binnen getippeld. Vier deurtjes op een rij. “Moeten ze die deurtjes maar op slot doen hoor, dat doen we thuis toch ook?” Ook wilde hij niet geen rekensommetjes maken. Hij had vriendelijk tegen de juffrouw gezegd dat hij dat helemaal geen leuk werk vond en het daarom liever niet deed. “Hoe moet ik hier mee aan,” vroeg de juffrouw ons, ‘kunt u er thuis iets aan doen?” Ik zei dat we dat wel wilden proberen. Dat hebben we tien jaar lang gedaan, tot onze Bertus voorgoed van de HBS getrapt werd.

Toch mochten de onderwijzers hem wel. Vaak moesten ze lachen om zijn speelse natuur en zijn rake opmerkingen. Het kon wel een jongetje uit de Jordaan zijn, zei een jonge meester die naar de provincie Groningen gevlucht was omdat hij in Amsterdam geen orde had in de klas. “Wij komen beide uit Ulrum,” zei mijn vrouw.

Tegenwoordig noemt men een kind als Bertus hyperactief. Daar zijn pillen voor te krijgen. Dertig jaar geleden was de wetenschap nog niet zo ver. Jammer.

Bertus bleef een gladde rakker. Neem nou bijvoorbeeld dat toelatingsexamen HBS. Bertus kwam glunderend thuis. Hij had het gehaald met een negen voor rekenen. “Dat bestaat niet,” zei ik, “je hebt nog nooit een rekensom gemaakt, je hebt zeker gespiekt.” De aap kwam uit de mouw. Bertus wilde dolgraag naar de HBS om verlost te worden van die zeurpieten van lagere schoolmeesters. Hij had gehoord dat HBS leraren je nooit achter de broek zaten. Dat was net iets voor onze Bertus! Hij had ook gehoord dat op het toelatingsexamen rekenen het moeilijkst was. Stiekem haalde Bertus rekenboekjes uit de kasten van de vierde en vijfde klas. In een paar weken had hij ze doorgewerkt en toen toog hij vol moed aan het werk om de sommetjes van het zesde leerjaar te doen. De bovenmeester stond paf. Kon het niet geloven dat Bertus ineens tot de top vijf rekenkundige van de klas behoorde.

Ik vind dat geen leuk werk … ! In Canada heeft Bertus dat vele malen herhaald. Als hij voor de zoveelste keer een nieuwe baan had, was het na drie maanden: ik vind dit werk niet leuk. Zodoende is Bertus wel van alle markten thuis. Hij kan timmeren, stoelen bekleden en elektriciteit aanleggen. Hij verkoopt auto’s als de beste, en alle machines, groot en klein, krijgt Bertus weer aan de gang. Maar nergens hield hij het vol, en dat vond zijn vrouw Aaf vervelend, want Bertus hield wel van kinderen en daarom hadden ze er acht. Vijf op een Christelijke School… Zij moest maar zorgen dat het schoolgeld er kwam, want in Canada worden Chr. scholen niet gesubsidieerd door de regering.

Bertus liep weer in de steun toen we de een na laatste keer in Canada waren en Aaf klaagde haar nood bij mij. “Kunt U daar nu niets aan doen, vader?” Haar stem klonk enigszins verwijtend, alsof Bertus’ wispelturigheid het directe gevolg was van onze verkeerde opvoeding.

Derhalve toog ik naar het kantoor waar Bertus zichzelf weer in de ‘steun’ gepraat had. Ik vertelde die kantoorheren het een en ander. Ze hadden daar veel werk aan Bertus en vonden het wel leuk wat meer gegevens over hem te ontvangen. Bertus kreeg een briefje thuis. Hij moest maar eens komen praten. “Dat vertrouw ik niet,” zei Bertus! … . .  …

Woedend kwam hij thuis. Briesend als een leeuw brulde hij: ze geven me geen uitkering meer. Toen ik vroeg wat daarvoor de reden was zeiden ze doodkalm dat ze het niet leuk vonden een gezonde jongeman met schoppen van handen aan zijn lijf te moeten onderhouden. Zou je die lui niet? Aaf gniffelde … maar dat ontging Bertus!

Sindsdien houdt hij het langer vol bij een baas. De diakenen van zijn kerk halen verlicht adem … zij draaiden voor het schoolgeld op als Bertus het weer eens niet leuk vond.

Dus had ik eer van mijn werk achter de schermen.

Nu zijn we weer eens in Canada en Bertus werkt nog steeds als autoverkoper bij dezelfde zaak … want praten, dat kan hij! Hij heeft warempel een nieuw bed gekocht zodat vader en moeder goed zouden slapen, Nou … dat vind IK leuk!

Zoals gezegd zijn er acht bloedjes van kinderen in het gezin van Bertus en Aaf. Allemaal rakkers, de meisjes incluis. Ze hebben niets van hun zachtaardige moeder. Al Bertus’ ondeugden kwamen tot in het achtste kwadraat weer tevoorschijn in zijn kroost.     

Als we bij dit gezin op visite zijn, is het wel eventjes wennen. Vooral als je uit het stille, boeken lezende gezinnetje van onze Wim en Marietje komt. Uit alle slaapkamers komt rock muziek. Beneden in de basement draait Bertus zijn draaiorgel bandjes. Mensen die hun draai niet kunnen vinden zijn vaak gek op draaiorgels. Aafs wasmachine danst ratelend over de ruwe cementen vloer die Bertus zelf gestort heeft. Volgens Bertus danst die machine omdat de elektrische motor wat los zit. Zou hij die vastzetten dan doet de wasmachine het niet meer.

Er zijn er vijf katten en twee honden. Ofschoon de honden buitenshuis worden gehouden dragen ze toch aan het lawaai binnenshuis toe. Elke voetganger, elke fietser, elke auto wordt hartelijk toegeblaft. Ook ‘s nachts geldt hier de leus dat men geen slapende honden wakker moet maken … ze zijn al wakker! De katten lopen dan de honden voor de voeten en het is een geblaf van jewelste. Bij Bertus slapen we niet. Daarom blijven we meestal maar twee nachtjes en brengen we de rest van de vakantie mij Wim door …

Maar in de korte tijd hebben we reuze pret. De kinderen kietelen Oma totdat ze blauw ziet. Mijn pijptabak verstoppen ze onder de bloemkool in de tuin. Als ik ‘s morgens mijn sokken aantrek, drukt mijn grote teen een kleine kikker dood. Het huis is vol muskieten, want het gaas in uit de ramen en deuren gedrukt door de vele buitelingen die hier binnenshuis geschieden. Bertus ziet veel door de vingers … is het een reactie op zijn eigen strenge opvoeding? Hij was er trots op dat ik bij de politie was. Misschien zou hij aan mij een fijnere vader gehad hebben als ik thuis mijn uniform had uitgetrokken…

Bertus kwam destijds op die leeftijd dat hij biertjes moest drinken met zijn niet-gereformeerde vrienden. Vaak werd hij midden in de nacht door een paar collega’s van me thuisgebracht. Hoe heb ik me tegenover die mannen geschaamd … ik was nog wel ouderling ook! Eens heb ik hem afgerost met mijn politieknuppel. Koel, beheerst en weloverwogen beukte ik erop los. Bertus verweerde zich niet, daar was hij te dronken voor. Ik heb hem als een kleine jongen over mijn schouder naar boven gedragen en hem uitgekleed. Even deed hij zijn ogen open en ik hoorde hem het begin van zijn avondgebed lispelen. Dat toch wel! Hij was zich niet bewust dat ik zijn handen tussen de mijne vouwde en de Heer smeekte mijn toorn te vergeven. Na die avond heeft Bertus geen stap meer in de kroeg gezet. Ik was daar bijna zeker van…

Gedurende ons laatste bezoek voelde ik met mijn klompen aan dat er een dreigende wolk boven dit gezin hing. Aaf was wat neerslachtig, Bertus was te opgeschroefd vrolijk. Haast leek hij op de branieschopper die hij vroeger was. De kinderen gingen anders met hem om dan gedurende ons vorig bezoek. Het was net of ze hem ontweken. Maar aan de buitenkant leek het alsof er niets veranderd was.

Hun huis staat open voor hun vele vrienden. Ter ere van onze visite kwamen ze allemaal opdagen voor een gezellig avondje …

Eerst koffie en als de jongste kinderen naar bed zijn de gebruikelijke drankjes. Bertus is een fijne gastheer. Als een geroutineerde kelner weet hij precies wat zijn gasten verlangen en hij verdwijnt naar de keuken om ‘t spul in te schenken. “Zal ik het doen, joh,” zegt Aaf, maar daar wil hij niets van weten.

Ik ben tot de ontdekking gekomen dat Bertus, die anders niet zo ‘helperig’ is deze tocht naar de keuken erg belangrijk vindt. Ik denk dat hij, voordat hij terugkomt met een vol dienblad, al twee jenevertjes naar binnengelokt heeft. Zodoende kan hij in de kamer ingetogen en bedaard aan zijn glaasje nippen. Zie je wel, Pa? … er is niets aan de hand. Ondertussen is hij wel een ietsje vrolijker dan de rest van het gezelschap, maar dat vindt niemand vreemd: Bertus is nu eenmaal een grapjas!

Zondags voor de kerk kauwt hij voortdurend op pepermunten. “Die moet je toch voor de kerk bewaren,” zegt Aaf. Ik heb het vermoeden dat hij zo probeert zijn adem te reinigen van het bekende alcoholluchtje.

‘s Avonds, door de week, valt het mij op dat hij elk half uur naar de basement verdwijnt. Zogenaamd om te zien of de lijm van het werkstuk dat hij onderhanden heeft, al droogt. Of om een druppende kraan af te zetten. Of om zijn sigaretje daar te roken omdat Aaf er zo’n hekel aan heeft dat hij het boven doet …

Ik ga hem een paar keer achterna. Quasi-belangstellend onderzoekt Bertus zijn timmerwerk. Ik prijs hem. Het kastje waaraan hij bezig is wordt mooi. Ondertussen krijg ik het gevoel dat hij denkt: waarom ga je niet naar boven ouwetje …  De volgende morgen, als de kinderen naar school zijn vertrokken in de gele schoolbus, Bertus naar zijn werk is en Aaf en mijn vrouw de stad in zijn, ga ik op onderzoek uit. Ik kijk in alle hoekjes en gaatjes. Ik ontdek niets. Ik ben opgelucht. Ik moest me eigenlijk ook schamen zo laatdunkend te zijn. Bertus gaat dus alleen maar naar de kelder om te roken.

Dan vind ik achter de grote gaskachel die het hele huis verwarmd de klep van de schoorsteen. Voorzichtig verwijder ik het gietijzeren plaatje … je kunt nooit weten … misschien komt er een emmer vol roet uit … in dit huis is alles mogelijk. Er zit inderdaad vuiligheid achter die klep: twee whiskyflessen passen precies in de opening.

Hoe moet ik hier mee aan? Ik besluit dat ik Bertus vanavond meteen er mee ga confronteren.

“Oh, die flessen,” lacht Bertus zenuwachtig, “die heb ik daar zo’n drie jaar geleden verstopt. Ik strijk een vinger over het brandschone glas. Er zit geen roet op. Bertus wil weglopen, maar ik versper hem de weg. Nog eens strijk ik met mijn vinger over het glas. Bertus kijkt ernaar en begrijpt meteen waarom het me te doen is. Dan fluistert hij, “Ik kan er niet meer afblijven vader, het heeft me helemaal te pakken!

Even later zitten we op de oude keukenstoelen zonder leuningen die hij gebruikt als zaagbokjes. Ik heb de whisky in de wasbakken gestort. Hij kijkt niet spijtig, eerder radeloos! Ik zie hem daar zitten. Is het ouderliefde dat ik Bertus’ rode neus en de dikke bierbuik niet heb willen opmerken? Ik raak nu totaal overstuur en zit te trillen op mijn stoel. Bertus springt op en laat me water drinken uit het bekertje dat Aaf gebruikt voor de zeeppoeder.

  “Nu wil ik graag alles weten, Bertus. Ik kan je nu moeilijk een pak slaag geven zoals vroeger. Weet je het nog?”

Bertus vertelt. Ik zie de emigratiejaren voorbij tikken. Ik dacht dat ik veel van mijn kinderen in Canada wist, maar de helft werd mij niet verteld.

Onder al de bravoure, onder al de geldingsdrang en dol-driestheid, moet Bertus in zijn jongensjaren al geleden hebben aan een diepgeworteld minderwaardigheidscomplex. “Ik dacht altijd dat moeder maar liever had dat ik haar uit de buurt bleef, Wim was immers altijd haar lievelingetje. Die kon immers zo goed leren en was immers zo goedgemanierd!  Soms deed ik alleen maar ondeugende dingen omdat ik zo graag wilde dat jullie aandacht aan me zouden schenken. Waarom, moest het achttien jaar duren, vader, voordat U me eindelijk eens een pak slaag gaf? Ik dacht toen: sla maar door, sla maar door! Later ging U met me bidden en ik zag dat u schreide. Toen pas merkte ik dat U mij net zo liefhad als Wim. Vader, U hebt er geen idee van, wat het is om wekenlang doelloos rond te scharrelen. Nadat ik weer ergens een poos gewerkt had kreeg ik altijd het idee dat de bazen me niet waardeerden. Ik werkte op hun zenuwen … ‘k weet het wel. Maar altijd dacht ik: hou je gedekt! Omdat ik steeds alle narigheid op mijn werk opkropte, kwam het steeds weer tot een uitbarsting. Een paar keer heb ik een baas afgerammeld … weer de laan uit. Toen ben ik stilletjes weer gaan drinken. Aaf begon te zien dat al haar pogingen om me er af te krijgen steeds op niets uitliepen. Hoe vaak heb ik haar niet beloofd dat het nu de laatste keer zou zijn? Voordat jullie arriveerden hebben we de hoogste ruzie gehad. Nu ben ik bang dat Aaf alleen terwijl van de kinderen het niet op een echtscheiding uit laat lopen. Daar heeft ze anders alle reden voor, vader. Soms kan ik er een paar weken af blijven … weet ik heel zeker dat ik nooit weer zal drinken, maar altijd keer ik ernaar terug. Mijn leven in Canada is een grote mislukking geworden. O vader, wat moet ik nu doen?”

We zitten schreiend op de aftandse stoelen. Boven horen we de vrouwen bedrijvig rondlopen. “Komen jullie koffiedrinken?”  “Gaat U maar, vader, en vertel hun maar wat er gebeurd is.” Ik zeg, “Nu niet Bertus, moeder kan dit niet verwerken.”

Bertus’ hand zoekt die van mij. Ik weet wat hij wil.

Samen hebben we onze schuld beleden aan de Vader, wiens trouw standhoudt tot in eeuwigheid ondanks het verdriet dat we Hem en elkaar aandoen. In de lange tussenpozen van het gebed luisteren we naar het gekraak van de vloer. “Kom nou naar boven jongens, ik heb al lang ingeschonken!”

We staan op en lopen naar de trap. Bertus houdt me nog even staande. “Nu ga ik hulp zoeken vader, en ik zal Aaf alles vertellen.” Twee jaar later staan we weer gereed om in Canada onze jongens en hun gezinnen te bezoeken. Na een harde strijd is Bertus er bovenop gekomen. Het kan … met Gods hulp, begrip van broeders en zusters, de wekelijkse AA vergaderingen en de behandeling van een vakkundige psycholoog …

SHARE THIS:

Comments

Leave a Reply

Use this reply form for easy communication with Henry de Jong. Replies are only made public, as Comments, when they are of general interest. Other greetings, corrections, questions and remarks will be privately and gratefully received and acted on, with any further communication continuing in private.

Your email address will not be published. Required fields are marked *

Thank you for visiting Middledom.